In de peuterklas wordt gespeeld en gewerkt met natuurlijke materialen, zoals hout, wol, steen en metaal. Deze materialen voelen prettig aan en zijn duidelijk verschillend van elkaar: hard of zacht, warm of koud, ruw of glad. Zo ervaart het kind verschillende materialen en wordt de tastzin gestimuleerd. Het stimuleren van de tastzin maakt dat het kind lekker in zijn vel zit en de grens tussen zichzelf en de buitenwereld goed leert kennen. Ook het deeg kneden is een activiteit voor de tastzin. We spelen ook spelletjes met gebaren en bewegingen waarbij de kinderen zichzelf of elkaar aanraken en ervaren hoe dat is. We wassen de handen in een kom met water en hebben er altijd even aandacht voor hoe lekker dat water voelt aan je vingers.

Veel speelgoed heeft niet een hele vaste vorm, zodat er ruimte overblijft voor de fantasie van het kind. Een pop met weinig gezichtsuitdrukking kan wakker zijn of slapen, verdrietig zijn of blij, precies zoals het past bij het spel van het kind.